|
Ze
zijn te zien in hele hordes: mensen die volgens de allerlaatste mode
gekleed gaan. Met rokken, broeken en schoenen die precies aan het
dictaat van een of andere modekoning voldoen. Met trots lopen de
onderdanen van die koning met glimmende egootjes in de trendspulletjes
rond. Ze doen mee. Ze horen erbij. Ze zijn wat. En of het nu de
financiële armslag is, die het mogelijk maakt om al die zaken aan te
schaffen, of dat het een openstaan voor de tijdsgeest is, die
geëtaleerd wordt? Ik weet het niet precies.
Misschien
kun je van mij zeggen dat ik een mode-analfabeet ben. Want wat er nu
eigenlijk in en uit is moet je aan mij niet vragen. Al
jaren loop ik in comfortabele broeken en shirts (met soms wat minder
comfort omdat allerlei culinaire genoegens voor nogal wat aanwas kunnen
zorgen) en voel ik me daar happy bij. Soms moet ik voor de gelegenheid
een pak aan. Maar ook dat pak, dat met grote liefde en aandacht door een
goede kleermaker in mijn dorp gemaakt is, loopt al een tijd mee. Het is
wel tijdloos. Want dat had ik de kleermaker gevraagd dat het moest zijn.
En van goeie kwaliteit. Want dat houdt de slijtage een beetje in de
hand. Bovendien blijft het er jarenlang goed uitzien.
Mijn
partner lijkt wat opvattingen over mode betreft gelukkig ook voor een
deel op mij. Natuurlijk loopt ze niet in creaties rond die uit vergane
tijdperken stammen. Ze moeten aanrakingspunten met het huidige modebeeld
hebben. Maar bovenal praktisch zijn. Kleurencombinaties en elegance van
een zekere stijl zijn voor haar ook toonaangevend. Vandaar, dat het voor
mij in tegenstelling tot de meeste mannen geen taakstraf is om op zoek
te gaan naar een aanvulling op haar garderobe.
Bij
de ontdekkingstocht in de modewereld amuseren we ons vaak kostelijk. De
modezaken die we bezoeken vormen een humorparadijs dat je zelden ergens
anders vindt. Terwijl mijn vrouw op zoek gaat naar de gewenste kleding,
loop ik een beetje rond. Vaak ben ik de enige man in zo'n zaak. De
enkeling die wat verdwaasd op wacht zit bij een paskamer
daargelaten.
Als
ik hem zo zie zitten bevangt me meestal een intens gevoel van
medelijden. Ongemakkelijk in een vrouwelijke omgeving straalt hij de
triestheid uit van een geslagen hond. Af en toe uit zijn apathie gerukt
door een vrouw, die met de natuurlijke elegance van een chimpansee een
mannequin loopt na te doen. "Hoe vind je deze Henk?"
Henk
kijkt dan met slecht gespeelde belangstelling naar de
|
zoveelste broek, blouse of jurk die onder zijn ogen wordt geforceerd.
"Mwwoh, staat wel leuk."
Wat
Henk niet vertelt is dat de vetrollen van zijn eega krampachtige
pogingen in het werk stellen om de stof te doorbreken. En dat de
kleurcombinatie eigenlijk beter thuishoort bij dat jonge meisje van de
andere paskamer. Hij kijkt wel uit! Een week lang herrie in huis en een
echtelijk bed waarin alleen nog maar geslapen mag worden. Dus Henk knikt
goedkeurend.
Nadat
ik die zielenpiet enige tijd vanachter een kledingrek heb staan
observeren, bekruipt me ineens het gevoel om vrouwlief van mijn
adviseurstaken te gaan voorzien. Ik pluk hier en daar wat zaken van het
rek die me wel wat voor haar lijken. Met mijn armen vol steven ik op
haar af om mijn ontdekkingen te laten zien.
Je
moet niet denken dat mijn aversie tegen het gebruik van de laatste mode
door mijzelf inhoudt dat ik geen gevoel voor kleur en fleur heb. En dat
ik niet weet wat geraffineerde kledingcombinaties voor een vrouw kunnen
doen. Integendeel. Menig couturier zou me graag in dienst willen nemen
vanwege m'n gevoel voor compositie, stijl en uitstraling op
kledinggebied. Dat dit tot dusverre niet gebeurd is, komt omdat ik dit
in die kringen angstvallig geheim weet te houden.
Het
gebeurt niet zelden, dat wanneer ik zo bepakt met kleding door de zaak
heen struin, een verkoopster me argwanend en onderzoekend aankijkt. Ik
hoor haar dan denken: wat is dat voor vent? Is die kleding soms... En
met plezier loop ik dan op zo'n tante toe. "Mevrouw, heeft u dit
blauwe rokje in het rood en in mijn maat? Ik hoop wel dat het een beetje
slank afkleedt!"
En
net voordat het rode hoofd stamelend tracht een antwoord te geven, komt
mijn vrouw erbij staan en zegt: "Meneer u moet deze jurk zeker eens
passen..." En overhandigt me een monster met een bloemenmotief dat
tot acute blindheid leidt. De verkoopster weet zich al handen-
friemelend nu helemaal geen houding meer te geven. Radeloos kijkt ze ons
beurtelings aan. Ik houd de jurk tegen me aan en kijk in de spiegel.
"Mwwoh, staat wel leuk."
Als
we later in een kroegje gierend van de lach een biertje zitten te
drinken, zien we Henk en zijn vrouw voorbij sloffen. Hij met de tassen,
zij met een voldane glimlach om de mond. "Zullen we nog een glaasje
pakken?" vraag ik. "Mwwoh," zegt mijn vrouw. "Lijkt
me wel leuk."
|