|
01.
Een boekenliefhebber constateert tot zijn verbijstering dat een worm
zich een gang gevreten heeft door een drie-delig verzameld werk, van de
eerste pagina van deel 1 tot de laatste pagina van deel 3. Het boekblok
van ieder deel is 3 cm dik, de omslagen elk 0,3 cm. Hoe lang is de gang?
02. George spreekt
altijd de waarheid. Fred liegt altijd. Harrie liegt de ene keer, terwijl
hij de volgende keer de waarheid spreekt. Het is echter niet bekend of
Harrie's eerste antwoord een leugen of de waarheid is. George,
Fred en Harrie zitten naast elkaar. Iemand heeft een aantal knikkers:
rode en blauwe. Hij houdt een knikker omhoog en vraagt aan de drie
jongens welke kleur de knikker heeft. Ze antwoorden respectievelijk:
blauw, blauw, rood. Hij neemt een andere knikker, vraagt hetzelfde en
krijgt als antwoorden: rood, blauw, blauw. Waren
de twee knikkers beide blauw, beide rood, of was de een rood, de ander
blauw?
03. Iemand
woont twee kilometer van zijn werk vandaan. Hij weet precies dat hij
gemiddeld 30 km per uur moet rijden om op tijd te komen. Op een morgen
wordt hij de eerste kilometer gehinderd door een langzaam rijdende auto
voor hem. Hij kan maar 15 km per uur rijden. Vliegensvlug rekent hij uit
hoe snel hij de tweede kilometer moet afleggen om nog op tijd op zijn
werk te zijn. De topsnelheid van zijn auto is 120 km per uur. Kan hij
het nog halen?
04.
Twee handelaren bezoeken een veiling. Beiden willen een stuk antiek
kopen dat 100 gulden waard is. Om te voorkomen dat ze samen de prijs te
ver zullen opdrijven, spreken ze af dat de eerste die 100 gulden biedt
de eigenaar van het stuk antiek wordt. Een bod mag echter niet hoger
zijn dan 10 gulden. Wat moet de eerste handelaar bieden om er zeker van
te zijn dat hij de eigenaar wordt?
05.
De barbier van Sevilla scheert een man uit Sevilla dan en slechts dan
als deze zichzelf niet scheert. Scheert de barbier zichzelf? Waarom
wel/niet?
06.
U heeft een kleine en een grote zandloper van respectievelijk 4 en 7
minuten. Hoe bepaalt u daarmee een tijdsverloop van 9 minuten?
07.
Ieder derde boek op de boekenplank is blauw. Ieder vierde boek is rood.
Ieder vijfde boek is groen. Alle andere boeken zijn geel. Op een dag
neemt u drie groene boeken van de plank. U merkt dat u er al twee van
heeft gelezen en zet die daarom terug. Na nauwkeurig kijken ziet u dat u
de helft van de boeken die dan op de plank staan hebt gelezen. U leest
wekelijks twee boeken. Hoe lang duurt het voordat u alle boeken uit
hebt?
08.
Jantje spaart iedere week een cent, een stuiver en een dubbeltje.
Telkens als hij een heel aantal guldens bij elkaar heeft gespaard, legt
zijn vader er een gulden bij. Hoe lang moet Jantje sparen voor hij zijn
eerste gulden krijgt?
09.
Een smid beschikt over 18 stukjes ketting, elk bestaande uit 5 schakels.
De smid wil van deze stukjes één lange ketting maken. Het doorvijlen
van een schakel en het aanhaken van een volgende schakel en het weer
dicht- lassen kost hem een kwartier. Hoeveel tijd heeft hij minimaal
nodig om zijn lange ketting te maken?
10.
Een speculant koopt een stuk grond voor f 243.000,-- Hij verdeelt het in
gelijke percelen, die hij vervolgens voor f18.000,-- per stuk verkoopt.
Zijn winst na de transactie is precies even groot als zes percelen hem
oorspronkelijk gekost hebben. Hoeveel percelen heeft de speculant
verkocht?
VUL HIER
UW E-MAIL ADRES IN
|