|
Ik was 21 jaar en wat ik al
jaren probeerde uit te stellen moest nu gaan gebeuren. Ik moest mijn
militaire dienstplicht gaan vervullen. Niet iets waar ik me erg op
verheugde maar afstammend van een militaire familie kon ik er niet
onderuit. Veel jongeren waren blij om eens onder moeders vleugels
vandaan te komen en verheugden zich op hun eerste zelfstandigheid
Ik werd op een kamer ingedeeld
met hoofdzakelijk boeren uit de achterhoek en een Hagenees. Het
verhaal gaat over deze hagenees, want deze enorme spierbonk leek mij
geenszins van plan zijn dienstplicht vol te maken. Met haar tot op
z’n billen en een dikke joint op zijn lip kwam hij de kamer op.
Hij kon maar over een ding praten en dat was hoe snel hij hier weer
weg zou zijn. Hij beloofde ons plechtig dat hij hoe dan ook voor het
weekend weg zou zijn om niet meer terug te keren.
De
boeren, zich verheugend op de tijd van hun leven, keken hem niet
begrijpend aan en mijn nieuwsgierigheid was gewekt. Hoe zou deze
niet snugger ogende westerling dit gaan flikken?
Het antwoord liet niet lang op
zich wachten. Hij kondigde aan binnen een half uur een stoel door
het raam te gooien.
|
Hilariteit alom, in zeven
verschillende dialecten werd er gelachen. Dit duurde precies 18
seconden want toen vloog een stoel door het raam. Met kozijn en al.
Eerst stilte en toen een binnenstormende sergeant. Mijnheer de
hagenees mocht mee, maar na een kennelijk goed gesprek keerde hij
weer terug op de kamer. Men was er kennelijk nog niet van overtuigd
dat deze man zijn dienstplicht niet zou gaan vervullen.
Door de boeren werd nog steeds
een beetje lacherig gedaan. Toen sprak
de hagenees de volgende woorden. Hij zou vanavond iemand op
onze kamer overhoop steken en haalde daarbij een blinkende stilletto
tevoorschijn. Mij was duidelijk dat het menens was en begreep ook
ineens dat van die boeren, dat lachen en die kiespijn.
Slechts één
persoon heeft die nacht geslapen op onze kamer. En dat was niet uw
dappere Kees noch een van de achterhoekse boeren. Terwijl de
hagenees rustig zijn tukje deed keek de rest de gehele nacht
paranoia naar de slapende en snurkende spierbonk. Om zeven uur werd
hij wakker met een glimlach. “lekker geslapen, jongens”, vroeg
hij niet zonder ironische ondertoon. Hij pakte rustig zijn spullen,
groette netjes en wenste ons succes.
We
hebben hem nooit meer terug gezien.
|