|
Jochem genoot op een terrasje van het najaarszonnetje en een kopje Italiaanse espresso. Het leven lachte hem toe. Natuurlijk hij had uiteindelijk veel geluk gehad, maar hij werkte er ook hard voor. Het leven van een profrenner is keihard, maar hij had de mazzel dat hij als 18 jarige al onderdak had gekregen bij een fantastische profploeg en dito salaris. En hij had in het afgelopen wielerseizoen een aantal aansprekende resultaten behaald. Ook had hij in diverse koersen een cruciale rol kunnen spelen om ploeggenoten aan een plaats op het podium te helpen. Zo had hij tijdens Luik-Bastenaken-Luik een ploeggenoot op sleeptouw genomen. Als een TGV zo hard ging hij, zijn ploeggenoot kon hem in zijn wiel maar nauwelijks bijhouden! In recordtempo had hij zijn collega naar de kopgroep toegereden en die was tot de finish uit handen van het peloton gebleven. In de eindsprint werd zijn ploeggenoot tweede!! Jochem bestelde nog een espresso. Hij dacht aan zijn moeder, ze was zo trots op hem. Toen hij een jaar of 12 was had zijn vader de benen genomen en was hij met zijn moeder alleen gebleven. Dat was niet meegevallen. Zijn moeder had altijd haar best gedaan dat hij niets tekort kwam. Hijzelf werkte hard mee, van krantenjongen tot vakantiebaantjes, vanalles had ie gedaan. Later waren ze verhuisd en in de buurt van zijn oom en tante gaan wonen. Een gouden beslissing want hij kon erg goed opschieten met zijn oom. Hij was het die de wielrenner in hem had wakker gemaakt.
Zijn
oom fietste al jaren bij een wielervereniging. En zo probeerde hij
Jochem ook warm te krijgen voor de wielersport. Door de heroïsche
wielerverhalen en de levendige schaduwcommentaren van zijn oom bij
tv-verslagen van de diverse wielerkoersen werd zijn interesse gewekt. Ineens herinnerde zijn oom zich dat hij nog een oude racefiets had staan. Hij liet Jochem eens kijken of hij op het ding zou passen. Dat lukte aardig en zijn oom sleutelde de fiets weer rijklaar. En zo hadden ze samen voor het eerst gefietst.
Jochem
bestelde met moeite een broodje bij zijn volgende koffie. Verdorie hij
moest italiaans gaan leren om niet met iedereen hier in Italïe met
handen en voeten te hoeven communiceren. Glimlachend dacht hij aan die
eerste racefiets, hij reed af en toe nog wel eens een trainingsritje op
dat oude karretje De eerste eigenaar, een Italiaan, was door een
noodlottig verkeersongeval gestorven.Via-via was de fiets bij zijn oom
terechtgekomen. Soms had zijn oom, om het verhaal smeuïger te maken,
geroepen dat de eigenaar een beroemde wielrenner was geweest. Zijn oom pushte Jochem om ook bij de club te komen rijden. Maar daar had Jochem in het begin behoorlijk spijt van. Wielrennen is keihard werken, en het gebeurde vaak dat hij het wiel van zijn voorganger niet kon houden en steeds verder naar achter zakte in het trainingspeloton. Demarreren, kopgroepjes vormen, waaierrijden, al waren het geen wedstrijden iedereen binnen de club wilde zo nu en dan zijn clubgenoten wel eens uitdagen. En wie het laatst aankomt betaalt de koffie. Jochem’s conditie was in het begin nog niet echt goed en ook was hij nog niet sterk genoeg om de zwaarste versnellingen rond te krijgen.Vaak zat hij aan het elastiek en moest hij lossen. Maar altijd was zijn oom daar om hem te helpen met bemoedigende woorden en te duwen om weer aansluiting te krijgen. Hoezeer had hij zich opgelaten gevoeld. Tot dat trainingsweekend in de Belgische Ardennen. Toen ze die dag al meer dan 100km in de benen hadden en het al tegen het eind van de middag liep gebeurde het voor het eerst. Ze waren die dag al op een aantal korte steile klimmetjes getrakteerd. Jochem was blij dat er telkens bovenaan op elkaar gewacht werd. Want hij kwam dan ook niet echt vooraan boven. Maar zijn oom had hem tenminste nog niet hoeven duwen. Opeens werd er tijdens een iets langere beklimming geroepen dat er niet werd gewacht maar rechtstreeks werd doorgekoerst naar het hotel. Meteen ging het tempo omhoog en hoorde je dat er bijgeschakeld werd. Jochem had moeite met deze tempoversnelling en zakte steeds verder naar achteren, hij wimpelde zijn oom af, hij zou zich wel redden die laatste kilometers. Hij kwam als laatste boven achter het oudste lid. Nu nog een flinke afdaling en zo’n 15 km min-of-meer vlak tot het hotel. Hij maakte flink snelheid tijdens het dalen, de wind suisde om zijn oren. Hij schakelde bij tot hij op het zwaarste verzet reed: 53X11. Normaal reed hij hier nauwelijks mee want dat was nog te zwaar voor hem. Maar het gekke was, dat zelfs nu de weg vlakker werd, hij op deze versnelling kon blìjven rijden! Hij kon de snelheid op zijn metertje niet geloven! Al snel haalde hij een aantal verbaasde clubleden in. Hij snapte er niks van, het ging hem zo gemakkelijk af dat het leek of hij een hand op zijn rug voelde. Hij wilde omkijken of er iemand achter hem fietste die hem duwde. Even later zag hij de snelle jongens van de club fietsen. Naarmate hij dichterbij kwam, kreeg hij steeds meer kracht en zelfvertrouwen. De denkbeeldige hand gaf hem vleugels. Het lukte hem om als eerste bij het hotel te arriveren. Het voorval werd door iedereen lacherig afgedaan als incident. Eenmaal thuis was Jochem nog fanatieker alleen gaan trainen. En telkens als hij tijdens deze eenzame tochten op het zwaarste verzet was gaan rijden leek hij die hand weer te voelen en kreeg hij vleugels. Zo trainde hij de laatste maanden van het jaar en ondertussen maakte hij plannen voor het nieuwe seizoen. Tot die ene avond... Een avond die hij nooit meer zou willen vergeten. Kerstavond nota bene!!! Zoals iedere avond liet hij de hond uit. Ze liepen een eindje het park in toen de hond ineens begon te grommen en daarna vriendelijk te kwispelen. Ineens voelde Jochem weer die hand op zijn rug. Hij wilde zich omdraaien maar ineens hoorde hij een stem zijn naam roepen. Met een licht italiaans accent. Dat kon toch niet! Ineens zag hij vanuit zijn ooghoek dat er iemand achter hem liep. Hij draaide zich om en daar stond in het halfduister een figuur. Een man met een atletische bouw in een wieleroutfit van jaren geleden die hem aansprak met een hele rustige stem. Dat kalmeerde Jochem enigszins, en de man nodigde hem uit samen op een bankje te gaan zitten. Het gesprek wat toen volgde zou Jochem zijn leven lang bijblijven. Eerst snapte Jochem er niets van, maar toen de man hem duidelijk maakte dat Jochem over bijzondere talenten beschikte om een hele goeie wielrenner te worden, snapte Jochem waarom de man hem aansprak. De man vertelde hem over geloof in jezelf, respect voor je lichaam en hoe je daar naar moet luisteren. Over doorzettingsvermogen, omgaan met tegenslag, en als het geluk zich naar jou keert, omgaan met succes. Over het respect voor je medesporters en hun respect naar jou. Bij al deze dingen gaf de man voorbeelden uit zijn eigen leven. Dat hij aan de ene kant zijn talenten zou moeten koesteren en aan de andere kant met zijn talenten moest woekeren. Dat als hij keihard zou blijven werken om een topper te willen worden de man hem altijd zou blijven steunen als een duwende hand in de rug. Jochem wilde niets liever. Warm en hartelijk hadden Jochem en de wielrenner daarna afscheid van elkaar genomen. De ontmoeting op Kerstavond bracht zijn leven in een stroomversnelling, binnen een seizoen vestigde Jochem zijn naam zowel nationaal als internationaal. Nederlands juniorenkampioen, 5e op het WK voor espoirs, 2 etappes in de tour de l’Avenir en winst in een aantal kleinere criteriums. Bij de wielerclub van zijn oom werd hij een bejubeld erelid. Helemaal toen hij afgelopen winter een profcontract kreeg aangeboden. Hij werd toen uitgenodigd op het chique kantoor van de sponsor. Met een warm gevoel dacht hij weer aan het moment dat hij zijn handtekening onder het contract zette en hij een vertrouwde hand op zijn schouder voelde. Jochem legde een stapeltje Lires neer op het tafeltje en stond op om terug te gaan naar zijn hotel. Hij ging zijn moeder bellen. Wat voor weer zou het thuis zijn? Wil je reageren op deze column? Stuur een mailtje naar redactie@thepostpigeon.nl met in het onderwerp: Sprinter
|