|
.Reiswijs
.Koffers inpakken
.Reisgedoe
.Filet Mignon
.Slof slof op
Lanzarote
.Rustig aan het werk?
|
06
Reiswijs
Op reis en avontuur gaan is aan te raden. Mensen die open staan
voor nieuwe culturen en van prachtige streken hier op aarde
kunnen genieten zijn rijk. Ik raad dan ook iedereen aan vaak
achter de horizon te gaan kijken. En in verre oorden aan je
leven iets waardevols te laten toevoegen. Maar zonder nadenken
aan je reis te beginnen met iets van "we zien wel" is niet
altijd verstandig. Zeker niet wanneer je je naar de wat meer
exotische streken begeeft.
Jaren geleden was hoongelach ons deel toen we in Afrika gingen
rondreizen met een medisch pakketje in onze koffers. Er zaten
o.a. rubberen handschoenen, injectienaalden, spuiten, pleisters
en gaas in. Mocht er in primitieve gebieden medische hulp voor
ons noodzakelijk zijn, dan kon men van onze spullen gebruik
maken. Het HIV-virus begon zich toen met name al zeer snel te
verspreiden.
Op dit moment nemen degenen die het hardst lachten het grootste
pakket mee wanneer ze naar verre primtieve landen vertrekken.
En ze hebben gelijk.
Ook het nadenken over wat je eet en drinkt in gebieden die nu
niet bepaald uitblinken in hygiëne en gezondheid, is geen
overbodige luxe.
Vaak komt het water uit een mooie glimmende kraan, maar de
leiding met alle gaten loopt door een mesthoop of
vuilstortplaats.
Of de jongen die op de hoek van de straat zit met die kruidig
geurende schotel vlees, die je bijna verleidt om een portie te
kopen... Mogelijk zit hij er al uren en uren en is het vlees
vóór de bereiding ook al niet met koelelelementen in aanraking
geweest.
Het is allemaal bloedlink.
Voordat je het weet ken je meer WC's dan prachtige panorama's
van het land dat je bezoekt. Om van bed en ziekenhuis al
helemaal maar niet te spreken.
De echte geroutineerde reizigers weten het wel: cook it,
boil it, peel it... or forget it!
Je hoeft echt geen zwartkijker te zijn om met de plaatselijke
omstandigheden rekening te houden. En je vantevoren te verdiepen
in de zaken die bedreigend kunnen zijn voor je gezondheid. Je
kunt het vergelijken met een brandverzekering. Je hoopt hem
nooit nodig te hebben, maar als er brand uitbreekt ben je blij
dat je hem hebt.
De keren zijn niet meer te tellen dat wij op onze tochten
medereizigers op de been hebben moeten helpen.
Ze waren uitgedroogd in de tropische temperaturen, want ze
dronken net zoveel als in hun eigen land. Dat was toch genoeg?
Of ze hadden gegeten in dat keurig uitziende restaurantje en
moesten daarna dagen lang in doffe ellende de wc-pot vastgeklemd
houden.
Of ze hadden heerlijk koel in korte broek rondgelopen door
struiken en bos. Even vergetend dat in de Tropen een krasje op
je been al grote gevolgen kan hebben.
Door schade en schande word je reiswijs.
Maar dat hoeft niet.
Als je rustig even nadenkt en informeert (internet,
gezondheidsdiensten) hoe de risico's zijn, kun je goed
voorbereid op reis. Als je bewust blijft van de gevaren en er
goed mee omgaat, blijft die reis ook zoals je wilt.
Natuurlijk moet je niet als een angstig en argwanend vogeltje
door de contreien fladderen. Zoals vaak Amerikanen doen
bijvoorbeeld. Zij zouden het liefste gehuld in een steriele
tent, rijkelijk voorzien van Amerikaans eten en drinken, met hun
lichaam lek geprikt door een overdosis aan vaccins, op reis
gaan.
Op deze manier vergal je je reisplezier en kun je beter naar
National Geographic of Discovery op tv blijven kijken.
Ja, een slimme jongen of meid is op de reis voorbereid.
Tenzij je naar Texel of Limburg afreist.
Het enige dat je daar dient te weten is waar de goede kroegjes
en restaurantjes zitten.
En dat kunnen de insiders ter plekke je haarfijn vertellen.07
TOP
01
Koffers inpakken
Reizen is slepen.
Slepen met allerhande zooi die je nodig hebt of denkt nodig te
hebben. En dat moet allemaal in tassen, rugzakken en koffers.
Die op hun beurt weer in een auto en vliegtuig moeten. Zwaar
gepakt en gezakt ga je dus aan menig reis beginnen.
Nu is inpakken een vak apart. Zeker waar het koffers betreft.
Sommigen weten nog geen tien dingen fatsoenlijk in hun koffer te
krijgen, anderen moeten er met het halve gezin op gaan zitten om
hem dicht te krijgen omdat ze het halve huishouden hebben
meegenomen. Zij zijn het trouwens ook waarbij het angstzweet
uitbreekt als iemand van de douane dreigt te vragen om de koffer
voor inspectie open te maken. Ze weten dat er in zo'n geval een
fontein aan kleding, schoenen en toiletartikelen de vertrekhal
in zal spuiten. En de koffer alleen door een Godswonder weer
voor vervoer geschikt is.
Zelf ben ik door schade en schande wijs geworden. Dat komt omdat
ik jaren geleden de absolute favoriet van douanebembten was. Het
maakte niet uit op welk stukje aarde ik me bevond: "Wilt u uw
koffer open maken!"
Nu kwam dat mede door de zwartwit foto in mijn paspoort. Die gaf
me het uiterlijk van iemand waar iedere casting director,
die op zoek was naar terroristen voor zijn film, dol enthousiast
van zou worden. In werkelijkheid viel dat allemaal best mee
dacht ik. Met mijn zwarte bril voorzien van donkere glazen, mijn
half lang haar vond ik me meer de looks hebben van een
Franse filmregisseur. Daar werd in het douanegebied helaas iets
anders over gedacht.
Omdat ik dus vantevoren gewoon wíst dat mijn koffer open moest,
zorgde ik dat hij netjes doorzocht kon worden en met gemak weer
dicht kon. Ook zorgde ik ervoor dat ik het minimale inpakte en
de koffer zo groot mogelijk was.
Mijn vrouw vond dat wat ik inpakte vaak te minimaal. Daarom nam
zij op zeker moment het heft in handen en zorgde er zelf voor
dat alles in de koffer zat van wat zij dacht voor ons nodig te
hebben. Niet zelden hebben wij met mammoetkracht gepoogd 'haar'
koffer dicht te maken. Met een wanhopige blik keken we elkaar
dan aan. Er moest iets uit!
Ik bespaar je de felle discussies of er nu een paar schoenen uit
moest of enkele truien. Uiteindelijk konden de koffers dicht.
Dat ze nog opgetild en gedragen moesten worden, waren we vaak in
ons enthousiasme vergeten. Daar kwamen we met het slaken van
enkele krachttermen vanzelf achter. Als ik eraan terug denk,
voel ik nog steeds medelijden met de argeloze bagagejongens.
Volgens mij is menigeen na het verwerken van onze koffers met
een dubbele hernia maanden uit de roulatie geweest. De sticker
die steevast op onze koffers prijkte met 'extra heavy' zal
vermoedelijk weinig geholpen hebben in dat macho-wereldje.
Toen de regels wat koffergewicht betreft steeds strenger werden
en ook door reiswijs geworden te zijn we beseften dat niet álles
mee moest, werd ook het vervoer letterlijk steeds draaglijker.
Bovendien lette ik erop dat de foto in mijn paspoort eruit zag
als die van een datingbureau. Dat maakte het kofferprobleem ook
iets makkelijker, want gecontroleerd ben ik sindsdien nauwelijks
meer. De enkele vette knipoog nam ik op de koop toe.
Trouw pakte M. onze koffers in voor vertrek. Jaar in jaar
uit. En ik vond dat prima zo. Totdat vorig jaar ze het in haar
rug had en niet veel kon bukken. Uit nood ben ik toen zelf maar
weer aan de slag gegaan. Nou, het mocht gezien worden. Met
mathematische precisie vulde ik koffer na koffer. En toen alles
erin zat, past er nog wel een babyolifantje bij. Je begrijpt dat
ik sindsdien de klos was. Ook nu weer.
Als ik zo naar de bagageberg kijk, zakt de moed me in de
schoenen. Moet dat er allemaal in!?
Gelukkig zijn Marianne en ik echte reis-minimalisten geworden.
We weten goed in te schatten wat echt nodig is en dat we altijd
nog iets ter plekke kunnen kopen. Maar toch, je sleept wat mee!
Dadelijk ga ik inpakken. Systematisch en met beleid. Van
tandenborstel tot trui moet mee. Onwillekeurig moet ik denken
aan de wijze raad van de beroemde Engelse reiziger Robert Coock:
"Pak je koffer in en gooi er daarna de helft uit. Dat heb je
niet of nauwelijks nodig."
Ja, ja, M. ziet me aankomen...
TOP
02
Reisgedoe
"Scotty beam us
up..."
Reizen is fantastisch. Alleen het gaan van A naar B is een
andere zaak.
Je moet je hele handeltje bij elkaar zoeken, inpakken en
vervolgens met veel gesjouw naar auto, trein of vliegtuig zien
te krijgen. Je bent vaak úren extra kwijt om vantevoren op het
vliegveld te zijn.
Natuurlijk begrijp ik dat wel. Om die berg mensen allemaal te
verwerken, te controleren en in hun vliegtuigstoel te krijgen
kost tijd. Veel tijd.
Je kunt twee kanten op redeneren.
Ten eerste: Wat kan mij het schelen, ik heb vakantie!
Daar valt natuurlijk veel voor te zeggen. Gewoon van de nood een
deugd maken en relaxt proberen te genieten van de wonderlijke
wereld die reizen heet. Een lekker hapje en drankje nemen en
mensjes kijken. En op je gemak de gebeurtenissen aan je voorbij
laten trekken.
Zeker in exotische oorden is dit een geweldig iets. Wanneer je
ergens in Afrika schouder aan schouder zit in een busje met een
paar bezwete medepassagiers en men vraagt je of je de korf
kippen op schoot wilt houden geeft dat een extra dimensie aan je
tocht. Of je staat in Beijing op het station tussen duizenden
kakelende Chinezen die hun hele hebben en houen achter zich aan
slepen, inclusief een rij familie, dan is het voor de
avontuurlijke reiziger genieten. De ongemakken van zo'n trip ben
je al snel vergeten, wanneer je 's avonds aan je koude biertje
zit. En eenmaal thuis zijn juist de problemen en moeilijke
toestanden de interessante accenten van de reis.
Ten tweede: Kan het allemaal niet een beetje sneller?
Zeker als je naar je vakantiebestemming gaat ergens in de
wereld, sta je nog vóór het vakantieplezier en avontuur. De
aanloop er naar toe dient eigenlijk zo kort mogelijk te zijn.
Tien tot twintig uur vliegen en daarna nog eens een stuk met
ander vervoer, is nou niet een van mijn favoriete bezigheden.
Daar komt Scotty om de hoek kijken. Als we nou eens met de
tele-transporter zoals in de serie Startrek in
enkele seconden op de plaats van bestemming zouden zijn, wat een
uitkomst voor al dat reisgedoe! Je komt uitgerust en vol energie
op je vakantieplek aan en kunt gelijk van start...
Maar goed, we zullen daar nog enkele jaren op moeten wachten. De
laatste experimenten in een Amerikaans laboratorium waren echter
hoopgevend. De getransporteerde muis kwam helaas maar voor de
helft aan in de andere kooi. Zielig voor die muis, maar wel een
stap in de goede richting.
Voorlopig ondergaan we het reisgedoe maar. En regelen we deze
dagen honderd-en-een dingen om zondag op Lanzarote te kunnen
landen: wassen, strijken, zooi bij elkaar zoeken, voor de
plantjes verzorging regelen, krant en post vast laten houden,
koffers pakken, vervoer naar Düsseldorf regelen, koelkast
opschonen, reisdocumenten klaar leggen, timers inschakelen...
SCOTTY.....!
TOP
03
Filet Mignon
Deze dag was DE
grote dag. Eigenlijk bij toeval, want hij was gepland voor
de dag erna...
Begin van de middag zijn we naar Puerto del Carmen gereden. Het
uit zijn krachten gegroeide dorp is een van de concentraties van
het toerisme. Jan Rap en zijn maat logeren daar om te stappen,
te drinken, te zonnen en gezien te worden op boulevard of
strand. Dat het er een mierenhoop is, hoeft nauwelijks uitleg.
En dat wij er zo ver mogelijk van weg proberen te blijven
evenmin.
We gingen er echter heen om twee redenen. Ten eerste, wilde M.
kijken of ze in de modezaken aan de rand van Puerto iets nieuws
kon vinden net als in januari. Ten tweede wilden we nu eindelijk
weleens de mok hebben die we al jarenlang vergeten waren mee te
nemen.
Nou, M.'s garderobe heeft geen uitbreiding gekregen. Er was
niets van haar smaak.
De mok hebben we eindelijk bij een Chinees vrouwtje op de kop
kunnen tikken.
Even voor de lezers die met vraagtekens zitten: we sparen mokken
(lekker kitcherig) van die landen/steden waar we op vakantie
geweest zijn. Mocht je dus bij ons koffie komen drinken, dan kun
je vanaf nu ook uit een echte Lanzarote mok drinken.
Nadat we naar Femes gereden waren om in de bergen een cortado te
drinken, gingen we weer huiswaarts.
"Of zullen we dadelijk een filet Mignon gaan eten?" vroeg ik M.
" We zijn vlakbij Puerto en over drie kwartier (1800 u) wordt de
grill aangezet?"
M. vond het een goed idee.
Na in de "Scottisch Bar" onder de palmen een paar pints
genuttigd te hebben (M. water want die reed) begaven we ons op
weg.
"La Cascada" serveert volgens mij de lekkerste filet Mignon van
de hele wereld en omstreken.
Er staat een chef achter de grill die veel weg heeft van "de
Zweedse chef" uit de Muppetshow. Al grillend en braaiend tovert
hij zijn eigen culinaire wereld tevoorschijn. En met verbluffend
reslutaat. Het ene is nog lekkerder dan het andere. Het loopt
dan ook storm van de genieters.
Zoals gezegd, zijn filet Mignon maakt zelf de Goden lyrisch.
Laat staan wat het bij mij als gewone sterveling aanricht.
Je zult begrijpen dat ik Lanzarote niet kan verlaten zonder dit
stukje hemel op mijn bord gehad te hebben.
Nu was het dan zover!
De wereld om me heen vervaagde... geluid drong zich diep naar de
achtergrond... elke cel in mijn lichaam hield uit eerbied even
op met wat hij deed... alleen geur en smaak regeerde nog!
In een haast andere dimensie werden de filet Mignon en ik één
samenzang van genot.
Totdat de rauwe werkelijkheid van een leeg bord terugkeerde.
Wat verdwaasd keek ik rond.
M. zat tegenover me mijn voorbije moment van heiligheid te
verwerken.
Net op dat moment kwam de manager - waarschijnlijk had hij iets
van het wonder mee gekregen - aarzelend vragen of er nog wat te
wensen was.
"Ja, doe er nog maar een," fluisterde ik.
De tweede arriveerde.
En opnieuw werd ik ondergedompeld in een goddelijke stroom van
gevoelens...
Hoe we thuis gekomen zijn kan ik me nauwelijks herinneren.
Pas bij de derde bak koffie kwam ik weer een beetje tot mezelf.
Nog natrillend van een culinair hoogtepunt.
Je hoeft niet naar Lourdes om wonderen mee te maken.
Op Lanzarote gebeuren ze ook.
Mocht je er ooit komen: La Cascada, achter de haven in Puerto
del Carmen.
Het wonder heet filet Mignon.
TOP
04
Slof slof op lanzarote
Die middag zin in
een lekkere cortado en een lichte lunch. Het zou Famara worden.
Bij "Bar Sol" zit je buiten vlak aan zee, met prachtig uitzicht
op de bergen.
Het was beredruk. 's Zondags gaan behalve toeristen ook alle
Lanzarotefamilies op pad. Er was gelukkig nog net een tafeltje
buiten vrij.
We probeerden de aandacht te trekken van de señorita die
bediende. Nu liep die als een slak met oogkleppen op, dus buiten
haar meter zicht bestond er geen wereld. En om van de ene naar
de andere tafel te gaan duurde gemiddeld drie minuten.
Maar er gebeuren ook wonderen op Lanzarote. Ze zag ons!
We bestelden wat te drinken. Toen we ook nog wat te eten wilden
bestellen, gooide ze een waterval Spaans over ons heen.
Bottomline: eerst drinken, dan pas eten bestellen.
Oké, we hebben geen haast, want we zijn op vakantie. Bovendien
moet je in de Spaanse contreien nergens haast hebben, anders
wordt je al snel hoofdsponsor van de vereniging van cardiologen.
Drankjes werden uiteindelijk gebracht. Toen was het wachten op
het opnemen van wat we wilden eten. Wij wachten... wachten...
wachten... Nu is het goed toeven in het zonnetje aan de zee,
maar een uur later begonnen we toch echt wel trek te krijgen.
Onze knorrende magen hadden geen enkel begrip voor het feit dat
zaak en terras afgeladen waren. En wij na dik een uur dus ook
niet meer.
Onder het motto "wel goed maar niet gek" besloten bij een ander
restaurant ons geluk te beproeven.
Maar eerst even hier bij de slak afrekenen.
Ik ben naar binnen gegaan en vroeg of ze slaapplaatsen hadden.
"Que?"
"Nou" zei ik, "tegen de tijd dat jullie ons wat geserveerd
hebben is het ver na middernacht. En dan wil ik niet meer in het
stikdonker terug rijden."
Er viel een stilte.
Zelfs in het kleine keukentje hielden de koks op met wat ze
deden.
De gasten verstijfden in hun eetbeweging.
De bedienende slak keek me met grote ogen zwijgend aan. Haar
blik had iets weg van een oneindig zwart gat.
"Kan ik wel mijn drankjes afrekenen, of zijn die van de zaak?"
Nog steeds zwijgend maakte ze een vaag gebaar naar een
80-plusser, die achter een kassa zat waar menig museum trots op
zou zijn geweest.
Ik gaf het mannetje mijn vijf euro.
De eet- en kookgeluiden zwollen weer aan.
Toen het mannetje mijn wisselgeld terug gaf mompelde hij: "Todo
siempre, todo siempre"
"Ja" zei ik, "altijd hetzelde, altijd hetzelde..."
In "El Risco" even verderop heerlijk gegeten. Binnen vijftien
minuten hadden we spijs en drank.
Toen we bij de baas afrekenden, had ik nog wel een opmerking.
Het meisje dat ons bediende had een gezicht dat met geen
mogelijkheid een glimlach kon produceren. Sjacherijnigheid kreeg
bij haar plots een heel andere dimensie.
De amicale vriendelijke baas van de zaak begreep het ook niet.
Andere gasten hadden er ook al over geklaagd.
"Maybe bad day?" vroeg hij.
Hij gaf me een hand.
"Food good?"
Ik stak mijn duim op.
"Fast good food!"
Op ons gemak zijn we naar huis gereden.
Daar hebben we in het ondergaande zonnetje op de patio nog maar
een glaasje wijn gepakt.
De fles was wel erg snel leeg!
TOP
05
Rustig aan het werk?
Na de
vakantie komt het werk weer. Althans voor de meesten. Degenen
die ook daarna los van werkbeslommeringen en toestanden doorgaan
met hobby en vrije tijd uitgezonderd.
Ook ik behoor tot de grote groep die niet zonder
vakantiesponsors kan. Dus weer gewoon aan het werk. Echt niet
met tegenzin of zo hoor. Elke keer ga ik met het nodige plezier
weer aan de gang.
Dat komt omdat ik m'n werk behoorlijk leuk vind en het de nodige
uitdagingen en genoegen oplevert. Sommige randverschijnselen
uitgezonderd.
Wat me altijd opvalt wanneer ik mijn collega's ontmoet, is hoe
druk en gestresst ze zijn. En het zelf niet eens in de gaten
hebben. Druk pratend, opgewonden, haastig lopend, zich kwaad
makend op kleine dingetjes...
Als terugkomer van vakantie sta je daar verbaasd van. Maar je
weet tegelijkertijd dat je zelf na een paar werkdagen, zonder
het te beseffen, ook zo wordt. Je wordt stiekum meegenomen op de
emotiegolven van de werkzee en raakt steeds verder van je
vakantiegevoel verwijderd.
De afgelopen vakantieweken heb je relaxt gedaan. Je moest ook
wel, want de zon wist elke overbodige energie te verschroeien.
Maar ook je omgeving was relaxt en kende niet echt haast. Na een
paar dagen - eerst moest je de stressdeken van alledag
afschudden - ging je automatisch mee in dat gevoel van "alles
kan maar niets hoeft". De arme zielen die hun dagelijks werk
niet los konden laten met de laptop en e-mail, ging je schielijk
uit de weg. Je genoot van drankje en hapje en ging leuke dingen
doen en zien.
Als je je collega's op je werk vertelt dat ze eens rustig aan
moeten doen en ze ook zonder een opgewonden standje te zijn het
werk aankunnen, kijken ze je met een hoogrode kleur hoogst
verbaasd aan. "Hoezo, ik bèn toch rustig!?" Met wilde gebaren
onderstrepen ze het.
Je draait je dan maar om. Het heeft toch geen zin. En je neemt
je voor om zelf voortaan gewoon rustig en relaxt te blijven op
je werk.
Dat blijf je ook. Denk je tenminste.
Totdat een collega van vakantie terug komt.
En tegen je zegt: "Hé, doe eens even rustig!"
Dan sta je wel even te kijken...
TOP
|