
Sint en Santa
![]()
|
Ze hebben alletwee een baard en dragen rode kleding. De een rijdt op een schimmel (niks infectueus, gewoon een paard), de ander vliegt in een slee door het zwerk, voortgevlogen door rendieren (een soort elanden met turbo-aandrijving die rendieren worden genoemd omdat ze zich de pestpokken rennen). En je krijgt van alletwee wat. Als het geen cadeautjes zijn, het apelazezerus. U raadt het al: Sinterklaas en de Kerstman. Misschien was in vroeger tijden hun komst iets om je op te verheugen. De gemiddelde mens had het niet al te breed en had dus iets nodig om zichzelf en anderen eens te verwennen. Een goeie reden om voor elkaar iets aardigs te doen en daar een cadeautje aan te koppelen. Natuurlijk kon dat niet zómaar. Want wie verdiende nu dat presentje? Er moest een scheidsrechter komen. Iemand die boven de partijen stond en van alle smetten vrij was. En ook overzicht had. Sinterklaas kwam ter wereld. Een persoon van onbestemde leeftijd, duidelijk oud en wijs, die met inzicht en kennis wist te bepalen wie er tot de goeden en slechten behoorden. En hij hield van iedereen alles bij in zijn grote Boek. Wie goed was kreeg lekkers, wie stout was de roe. Ja, je werd toen niet in therapie gestuurd om je zonden te analyseren, je kreeg gewoon een goed pak op je donder. Niet van de Sint overigens, maar van een van zijn assistenten. Een zwarte man met een pofbroekje, lange kleurige kousen en een Max-Factor-bekje. De knalrode lippen en hagelwitte tanden vormden in december een belangrijk onderdeel van menige kindernachtmerrie. Deze zwarte Piet - hij had ook zwarte Harrie of Kees kunnen heten, als zijn moeder dat had gewild - zwaaide met een bos takken voortdurend in het rond om te laten zien dat het menens was met het bestraffen van de slechterikken. En wie het helemaal te bont maakte zou in de zak, die hij over z'n rug droeg, verdwijnen en meegenomen worden naar een rehabilitatie-centrum ergens in Spanje. Dat laatste had waarschijnlijk iets te maken met de 80-jarige oorlog tegen dat land enkele eeuwen geleden. Want wat daarvandaan kwam was alleen maar slecht meende men. Om onduidelijke redenen speelde zich min of meer hetzelfde af in de Angelsaksische landen. Alleen werd hij hier Santa Claus genoemd en deelde alleen maar iets uit. Geen slaag, maar cadeautjes. En wie stout was kreeg niks. Straf genoeg vond hij. Een kind kon heilig in een van die twee figuren geloven. Totdat, net als bij mij, het ongerijmde en onmogelijke aan de horizon van de kindergeest opdoemde. Tenminste, als je oudere zusje in al haar prille arogantie je niet vertelde dat Sint een verklede oom was, met tante Truus als zweterige zwarte Piet.
|
Bij mij viel het kwartje toen Sint me complimenteerde met met mijn voor- beeldige gedrag. De grote ogen van verwondering moeten opgevallen zijn. Mijn hand die voorzichtig streek over m'n achterwerk, dat 's morgens nog de harde hand van pa had gevoeld vanwege een minder goede actie, heeft hopelijk niemand gezien. Het kon niet waar zijn! Sint was of blind en doof, of het was een meneer die daar een potje stond te acteren. Hoe dan ook, sinds die tijd was ik een grote jongen en geloofde ik zonder meer alle verhalen die de ronde deden over de verkleed- partijen. Vandaag de dag wordt de mythe nog steeds in stand gehouden. Niet zozeer om lieve kindertjes te belonen en de stoute op het rechte pad te houden, maar meer voor de zakenwereld. Er worden miljarden verdiend door die twee figuren. Als Sint en Santa door de wereld sluipen regent het cadeautjes bij iedereen en alles. Zelfs bij kinderen die regelmatig uit de berg speelgoed gegraven moeten worden en dus op het eerste gezicht toch genoeg hebben. Volgens mij is het een soort virus dat door slimme zakenlieden uit hun laboratoria wordt vrijgelaten. 's Nachts als iedereen slaapt worden in december door ongure lui in alle delen van de wereld grote spuitbussen leeggespoten met het Sint en Santa virus. En veroorzaakt zo een epedemie onder de mensheid. Net als de griep. Je ziet het in die tijd om je heen gebeuren. Massaal worden er versieringen opgehangen, schoenen en kerstbomen neergezet. Je oren beginnen te flapperen van de sinterklaas- en kerstmuziek. En je buik rommelt van de boterletters, chocolade en marsepein. Ook de mensen kijken anders. Hun ogen glanzen en hun tred wordt gehaast en gestresst. Er moet van alles en nog wat voorbereid en gekocht worden. Want het sfeertje moet er kost wat kost komen! Zelfs kannonen en geweren worden in verre landen hiervoor het zwijgen opgelegd. En dan is het zover: Sint of Santa komt. Het heerlijke avondje of de kerstavond is aangebroken. En de mensen kruipen bijelkaar om gezelligheid te zoeken. Eigenlijk zijn ze veel te moe door al dat gejacht en gejaag van de afgelopen tijd. De werkdruk, de commercie, de ambitie en het meer-meer heeft zijn prijskaartje achter- gelaten. Maar iedereen acteert mee met Sint en Santa... Maar mij krijgen ze dit jaar niet meer zo gek. Ik pak een goed boek en dito whisky en duik in een diepe fauteuil. En de eerste de beste die ook maar iets van een sinterklaas- liedje of kerstklokje laat horen stuur ik linea recta naar Spanje of de Noordpool. En helemáál nu er in mijn schoen, die ik achteloos bij de open haard heb laten staan, niks van Sint zat. Sterker nog, ik vond hem fijngekauwd terug in de hondenmand...
|